Herinneringen aan Amsterdamse piraten in de jaren 60

Radio Vrije MaagdHans Knot besteedde recent aandacht aan een mysterieus duo uit Amsterdam, de heren Koller en Otten. Bij Radio Noordzee en Radio Caroline probeerden ze begin jaren 70 te infiltreren en geld te verdienen. We publiceerden een aantal herinneringen van mensen die destijds met hen in aanraking waren gekomen. We besteden nu aandacht aan de aktiviteiten van Koller en Otten in de Amsterdamse piraten scene in de jaren 60.


AMSTERDAMSE PIRATEN IN DE JAREN 60
Tekst: Hans Knot

Zowel op MediaPages als in het Knot International Radio Report heb ik recentelijk aandacht besteed aan activiteiten uitgevoerd door een mysterieus duo uit Amsterdam, dat zich bij herhaling dacht te profiteren van de goede naam van bepaalde radiostations. Zowel bij Radio Noordzee als Radio Caroline probeerden ze in de begin jaren zeventig te infiltreren en geld te verdienen, mede door o­nheus gebruik van de namen van de organisaties. We kregen toen een aantal herinneringen van een mensen die met hen in aanraking waren gekomen gedurende voornoemde periode.

Van Peter Bruining kreeg ik recentelijk een e mail waarin hij zich eerdere activiteiten van Koller en Otten herinnert en tevens ingaat op de vroege piratenscène aan land, dat zich in de jaren zestig voornamelijk aan land afspeelde. Peter kende de namen ‘Koller en Otten’ uit de tweede helft van de jaren zestig en heeft beiden in het najaar van 1968 kort o­ntmoet. Hij schreef me dan ook: ‘Alle indrukken in het artikel lijken me juist, het waren een paar hoogst o­nbetrouwbare figuren met een grote fantasie en dito verhalen die zich overal indrongen. Beiden waren ze in die tijd geïnteresseerd in middengolfzenders.’

De Koller die Peter Bruining kende heette volgens mij Frans Koller, zijn voorletters zijn F.J.W. geb. in 1946 en hij noemde zich diskjockey. Hij had rond 1968 een keldertje in de Utrechtsedwarsstraat, in het gedeelte tussen de Utrechtsestraat en de Amstel, in Amsterdam. Daar sloopte en repareerde hij televisietoestellen. Het was te herkennen aan de grote stapels oude beeldbuizen, direct achter de deur. Zijn woonadres was vermoedelijk daar in de buurt, op de Achtergracht.

In die tijd waren er in Amsterdam op de 220 meter middengolf een aantal lokale piratenstations actief. Meestal waren het scholieren, die in navolging van de zeezenders wat plaatjes draaiden en 'zeezendertje' speelden. Heel o­nschuldig allemaal, niet commercieel. Bruining: ‘Bovendien werd er ook huiswerk via de stations gemaakt. Een van hen was de zoon van een zeer bekende televisiejournalist uit die tijd en die draaide wat muziek van The Doors en daarna werden de Duitse vertalingen voorgelezen voor zijn schoolklas op het Spinoza, zodat die de volgende dag een behoorlijk cijfer hadden. Ik heb er nog een tape van.’

Koller was iets eerder in de tijd, in het voorjaar van 1968, ook zelf actief op de middengolf in Amsterdam o­nder de naam Radio Londen en maakte deel uit van een kleine concentratie aan zenders die vanuit de Utrechtse buurt en de Pijp actief waren. Volgens Peter Bruining vormde Koller en nog enkele andere personen een voorhoede van wat latere kleine middengolfstations, die in Amsterdam actief waren.

Zoals de zeezender liefhebbers tal van plakboeken vol hebben met herinneringen en tientallen uren aan herinneringen op cassette dan wel cd koesteren heeft Peter in de loop van de hoogtijdagen van de landpiraten ook het nodige verzameld: ‘Toch bleven die activiteiten bij reguliere luisteraars naar de zeezenders niet o­nopgemerkt. Tientallen jaren later heb ik nog in het logboek van de luisteraar Oebel Boersma een notitie gevonden van deze uitzendingen. Uiteindelijk kun je stellen dat de uitzendingen van de landpiraten in Amsterdam en omgeving zich afspeelden in hetzelfde golflengtegebied.’

In de Achterhoek en Twente, maar ook in Groningen en Drenthe waren in die tijd massaal in het begin van de middengolf de landpiraten actief, met alleen maar Nederlandstalige muziek, vooral uit de stal van Johnny Hoes. Maar in Amsterdam was men dus anders actief en konden betrekkelijk lang o­ngestoord hun gang gaan. Peter Bruining herinnert zich nog enkele bekende namen uit die tijd.

‘Enkele bekende namen in die tijd waren 'Roadrunner', een station van ene Jan G. Verder had je Radio 'Jennie' van de toen roemruchte Joost Buis, die woonachtig was in de 1e Jan Steenstraat. Hij gaf gewoon zijn locatie vrij en riep altijd door de ether: 'naast de melkfabriek!' Dan had je Radio 'Blackout' op het Thérése Schwarzeplein, de 'Electra' van A.W. le Roi en 'Radio 215' van Frans K. Maartense op de Prinsengracht. Tja en dan natuurlijk 'Radio Londen' van Frank J.W. Koller. Ook wil ik 'Tom Poes' en 'Lafayette' van Dannis B noemen.

De eerder genoemde Frans Maartense was een bekende leverancier van radio-onderdelen voor zenderbouw aan de Amsterdamse piraten. Hij werkte destijds bij Radio Groeneveld op de Ceintuurbaan en later bij Radio Rotor in de Kinkerstraat in Amsterdam’.

Peter Bruining luisterde in die tijd op de middengolf naar de zeezenders en al draaiende op de middengolf kwam hij op de frequenties rond de 220 meter (naast de Fransman uit Lille) dit stel lokale piraten tegen. Hij volgde hun activiteiten, waarbij het de kunst was er achter te komen waar ergens in de stad zij zich ophielden: 'antennes kijken' noemden wij dat. En peilen met het zakradiootje, prachtig om aan terug te denken.’

Maar zoals in het noorden en oosten de toenmalige RCD actief was met het uitpijlen van de illegale landpiraten zo kon het natuurlijk ook niet uitblijven dat in Amsterdam de ether weer een beetje opgeschoond diende te worden. Bruining herinnert zich: ‘Op 28 mei 1968 werd Koller opgepakt door de Radio Controle Dienst en niet alleen hij maar de complete jaargang aan illegale middengolfstations van dat moment. Dat resulteerde in een paar krantenberichten waarvan het beroemdste bericht de geschiedenis in gegaan is als het '29 flessen cognacbericht', een regel die door een drukfout in het bericht verschenen was. Daar werd in piratenkringen nog tijden over gesproken.’

Uiteraard dienden de personen die bij de razzia van de RCD waren opgepakt voor de rechter te verschijnen, hetgeen in oktober 1968 gebeurde en natuurlijk breeduit in de kranten werd beschreven. Bruining:’In oktober 1968 moest Frank Koller en zijn kornuiten voorkomen bij de rechter. Ook daarvan verscheen een verslag in de krant. Frank Koller kreeg een week gevangenisstraf toegewezen, terwijl hij al voor twee weken vastzat. Hij wist echter van volhouden en de ether bleek niet meer veilig te zijn.’

Bruining herinnert zich ook nog erg goed hoe de peilingen werden verricht en welke tegenactie de piraten regelmatig uitvoerden: ‘Ik herinner me ook dat als er peilacties in de stad waren, de zenders werden o­ndergebracht op een van de weinige plekken waarvan we zeker wisten dat er niet gezocht zou worden, in het huis van hoofdcommissaris van der Molen. Zijn zoon was een bekende van de ‘piraten’. Gepeild werd er door de RCD o­ndermeer vanaf het Marine-etablissement op Kattenburg, de RCD mocht daar gebruik maken van de peilers van de Marine, die daar destijds betere spullen voor hadden dan de PTT. Maar, de piraten hadden een 'mol' daar, die tipte wanneer er een peilactie aanstaande was. Dat betekende de zenders weg en de antennes plat op het dak.’

Tegen het einde van september 1968 was Koller alweer in de lucht teruggekomen en die keer met een opvallend sterke zender, opererend vanuit een pand op de Parnassusweg in Amsterdam – Zuid. Hij gebruikte niet meer de naam Radio Londen maar ging als K R O de ether in, hetgeen stond voor ‘Klandestiene Radio Omroep’ en later zond hij uit o­nder de naam 'Radio Omroep Amsterdam'. Andermaal Peter Bruining: ‘Ik herinner mij de testuitzending nog goed, het o­nweerde stevig buiten en er waren veel zogenaamde ‘statics’ door de uitzending heen te horen.’

Koller was echter niet alleen via die stations actief maar verzorgde de programma’s samen met een paar medeoperators, die deels de navolgers waren van het '29 flessen cognac'-verhaal, zoals bijvoorbeeld Michael Tas, die zelf ook een piratenstation had o­nder de naam 'Radio Weekendkoffertje'. Bruining herinnert: ‘Aanvankelijk heette zijn station 'Radio Weekendtas', maar dat werd in verband met zijn naam toch iets té opvallend gevonden, zodat hij hem wijzigde. Radio Weekendkoffertje opereerde vanuit zijn ouderlijk huis aan de Pieter de Hooghstraat. De andere operators van de KRO/ROA waren Jan Maris die in de Jan Willem Brouwersstraat woonde en een operator met de initialen F.A.P.M., ik meen ene Fred.’

Het zou echter niet lang duren alvorens er door de politie en de RCD voor een tweede keer bij Koller zou worden aangeklopt. De zender werd daarom na enkele dagen al uit de lucht gehaald door de RCD en er verscheen een groot bericht in Het Parool. Frank Koller werd daarmee voor de derde of de vierde keer gepakt voor clandestien zenden. Bruining komt in het gesprek nog even terug op de in de eerdere geplaatste publicatie en de naam van Otten: ‘De Otten waarover in het verhaal gesproken werd, was een maat van die Frank Koller. Ik heb hem nooit o­ntmoet, maar hij was ouder dan Koller. Ik heb het vermoeden dat die ook actief was op de middengolf in die tijd, ergens vanuit de Pijp mogelijk o­nder de naam 'Radio Magneet’. Jan Maris, ook actief bij de KRO/ROA aan de Parnassusweg, zouden wij later opnieuw treffen en wel bij Radio De Vrije Maagd.’

Dit laatste station was van de studenten die in mei 1969 het Maagdenhuis in Amsterdam hadden bezet, en wat de geschiedenis in zou gaan als de Maagdenhuisbezetting. Op een foto uit die tijd waarop de operators van De Vrije Maagd te zien zijn, zit Jan Maris uiterst links op de foto, met bril. In de zomer van 1992 werd in de Sleepin in Amsterdam de tentoonstelling 'Etters in de Ether' gehouden, gewijd aan 20 jaar illegale zenderhistorie in Amsterdam. Daar was toen o­ndermeer de zender tentoongesteld die door Radio De Vrije Maagd is gebruikt. Deze was in bruikleen verkregen van het Amsterdams Historisch Museum. De zender (met een EL34 in de eindtrap) was in opdracht gemaakt door Joost Buis, een briljant zenderbouwer die de fijne techniek van zijn vader had geleerd en een grote reputatie had op het gebied van het bouwen en o­nderhouden van de piratenzenders. Hij was zelfs nog in het begin van de jaren '80 actief met een illegale televisiezender op het Amsterdamse kabelnet, dat hij op de kabel bracht als Galactica TV. Er is dus zelfs van hem een zender in het museum beland. Ook werd er toen een geluidscassette verkocht met opnamen van 'belangrijke' stations, zoals radio De Vrije Maagd, met daarop o­ndermeer de stationcall en een straatinterview.

Tot zover een kleine bloemlezing over de Amsterdamse piraten, die in de late jaren zestig actief waren in Amsterdam. Met dank aan Peter Bruining voor zijn herinneringen. Gelukkig is er ook uit die periode genoeg illustratiemateriaal bewaard gebleven. In de toekomst zal ik aandacht besteden aan de gememoreerde televisiestations die in de jaren tachtig in Nederland actief waren.


KLIK HIER voor "Wie waren Koller en Otten" op MediaPages


Illustraties: krantenartikelen over Amsterdamse piraten in de jaren 60

MP Gallery

192 TV Live 2019

Airchecks

"No free western country has ever jammed a free broadcasting station, even in times of war "
Roger Day - Radio Northsea 13-5-1970

MP Gallery

Idzerda Day 2019

Nieuwsbrief

Video Stream

Radio Mi Amigo
Amsterdam: RadioDag 2005
Radio Mi Amigo
Bekijk de video...

Boek Radio Veronica

robout

Video Stream

Start Radio 100 Jaar
Hilversum: 1 september 2019
Start Radio 100 Jaar
Bekijk de video...

Boek Rob Out

robout