Hans Knot neemt ons in een nieuwe aflevering van "Muziek en Media Herinneringen" voor de tweede maal mee terug naar het jaar 1967. Met onder andere het einde van de Engelse zeezenders, Bert Bossink over Radio Veronica medewerker Harry Knipschild, de stranding van de Torrey Canyon (foto), de televisie in 1967 en de muziek van onder andere Herb Alpert en Mireille Mathieu.
HERINNERINGEN AAN 1967 (2) Tekst: Hans Knot - Afbeeldingen: Archief Hans Knot
MUZIEK, MEDIA EN ANDERE HERINNERINGEN AAN 1967(2).
Terug gaan naar 1967 betekent voor de liefhebbers van de radio vanaf internationale wateren, of wel de zeezenders, het ophalen van vaak de trieste momenten van de maand augustus van dat jaar. De Britse regering maakte een wet, The Marine Broadcasting Offences Act, van kracht waardoor het officieel verboden werd betrokken te zijn bij het runnen (in de breedste zin van het woord) bij een zeezender voor de Britse kust. Bij deze zinnen wil ik het, wat de Britse wetgeving en het jaar 1967 betreft, laten. Er gebeurde namelijk veel meer en zelfs op de Nederlandse publieke radio werd meer en meer aandacht besteed aan groepen die via de zeezenders al veelvuldig waren geplugd. Een voorbeeld daarvan is de formatie ‘Herb Alpert and his Tijuana Brass’. Op de maandagochtend was in 1967 via Hilversum 3 het programma ‘Pop Station’ tussen 10 en 12 uur te beluisteren. Een NCRV programma in de productie van Skip Voogd. Skip, die ook een bekend tekstschrijver van ondermeer LP hoezen was, bereidde de luisteraars in de gids voor de laatste week van oktober 1967 voor op een special van voornoemde formatie.
‘We gaan het in het programma hebben over een sound, die tot stand komt door een nauwe samenwerking tussen artiest, platenproducer en technicus. Want dat de meeste geluiden die de lichte muziek anno 1967 beheersen, een product zijn die zonder de moderne geluidstechniek onmogelijk waren, daarover is iedereen het wel eens.’ Skip Voogd was het ook duidelijk geworden dat het recht toe recht aan opnemen van een nummer, vaak in 1 take, tot het verleden was gekomen en dat de nieuwe pophelden vaak maanden doorbrachten in de opnamestudio’s om de diverse tracks, voor de uit te brengen LP, stukje bij stukje op te nemen. Wel gaf hij aan dat men zich niet te vast moest prikken op de gebrachte sound want dat kon wel eens een foute route zijn: ‘Deze tijd vraagt om specifieke geluiden. Aan de artiest de moeilijke opgave nauwkeurig bij te houden of het publiek op een gegeven moment niet uitgeluisterd is op ‘zijn’ sound’.
In het programma ‘Pop Station’ van 30 oktober 1967 dus aandacht aan ondermeer de Sound van Herb Alpert. Voogd andermaal: ‘Bij een nauwkeurig onderhouden van de Herb Alpert Sound komen we tot de conclusie dat Herb handig gebruik heeft gemaakt van beat, dixieland en Mexicaanse muziek. Vooral de Amerikaanse trompetten, waarmee Alpert werkt, op een vinnig swingend ritme, hebben iets pakkends. Het is iets ongewoon meeslepend. Deze ‘mariachi’ sound gebruikt Alpert niet alleen voor eigen repertoire maar ook bij bewerkingen van evergreens gebruikt.’
Het was trouwens niet de enige sound die in de betreffende aflevering van’Pop Station’ werd behandeld want ook die van Sergio Mendes and Brasil 66, de Baja Marinda Band, en de Duitse ‘in’ Sounds van James Last en Paul Nero werden door Skip Voogd belicht. Presentatie destijds in handen van Gert, Antoinette van Brink en Peter Blom.
Zoals U wel vaker gewend bent van me, stap ik in deze serie ‘van de hak op de tak’. En daar zit een reden achter. Immers de ene lezer vindt muziek mooi, de andere heeft een andere topic, die interessanter is. Dat is anno 2007 zo, maar was ook veertig jaar geleden het geval. Ikzelf, katholiek opgevoed, zag de kerk vaak van binnen. Ik durf zelfs achteraf te stellen dat ik véél te vaak de kerk van binnen zag, waardoor de overvloed uiteindelijk een einde maakte aan de bezoeken en het geloof. Ik herinner me nog echt goed dat rond die tijd steeds minder de Heilige Missen op de vertrouwde Latijnse manier werden voorgedragen en dat er binnen de kerkgemeente van de Sint Franciscus kerk te Groningen er zowel voor – als tegenstanders waren van de invoering van de Nederlandstalige liturgie. Koorleider en organist Sietse Koopmans (foto), afkomstig uit het gehucht Weitgaard, achter Leeuwarden, gebruikte zijn kennis en vertaalde vanuit het Latijn een complete liturgie naar het Nederlands, een product dat later – toen hij het San Salvator koor in de Wijert (Groningen) onder zijn leiding had, nog eens aan het vinyl liet toevertrouwen.
Sietse Koopmans, helaas enkele jaren geleden veel te vroeg overleden, was een ultieme levensgenieter die het serieuze van een koorleider en muziekdocent met het minder serieuze kon delen. Zo leende hij, in stilte, een complete kapelaan uitrusting uit de pastorie en toog ermee naar de Korreweg alwaar hij bij de familie Knot inwoonde en er een nieuw straatje, achter het huis, door de tweeling Knot was geplaveid. Mijn broer Egbert en ik noemden het speels de Sietse Koopmans Weg en - met wijwater en al - werd het pakweg 8 meter lange straatje ingewijd. Maar even terug naar de voor en tegenstanders van de veranderingen in de liturgie en het introduceren van jeugdkoren, die begeleid werden middels popmuziek in de Katholieke Kerk.
In een knipsel uit mijn archief het volgende: ‘Als ik naar de bioscoop ga veracht ik geen mis of dienst op het doek en ook niet als ik ga dansen. Dus als ik na de kerk ga, ook geen halve show met dansen enzovoort. Ik ben zestien jaar en dus nog jong genoeg om het mooi te vinden. Of ben ik misschien té jong.’ Was getekend door ene R.Noordermeer uit Sassenheim. Het stond trouwens opgetekend in de Katholieke Illustratie, een weekblad waarvan de redactie in die periode ook de meer vrijere vorm van journalistiek was gaan plegen. Hetgeen een lezer opriep de naam ook maar te verkorten gelijk aan de Revue, die tijdelijk de naam in Revu veranderde: ‘Ook de Katholieke Illustratie, die blijk geeft van een steeds moderner inzicht, kán en mág op dit gebied niet achterblijven. Deze naamsverandering zal uiteraard gepaard gaan met het verlies van meer dan één letter, maar het resultaat is de moeite ten volle waard. Wat denkt U van Katholieke Lust?. En de ingezonden brief was verstuurd vanuit het zeer Katholieke Volendam. Een dorp waar men later dikwijls zou bewijzen wat ‘lusten’ letterlijk en figuurlijk betekent.
1967 was trouwens ook het jaar dat we voor het eerst goed kennis maakten met een Franse zangeres, die werd ontdekt door Johnny Stark. Stark was eerder de manager van ondermeer Johnny Hallyday en Sylvie Vartan en op een zomerse dag zag hij op de televisie een jonge zangeres die mee deed aan een zangfestival, een lied van Edith Piaf zingen. Het bleek de oudste uit een gezin van dertien kinderen uit het arme Avignon te zijn. Ze bracht haar tijd in de week door in een enveloppen fabriek te werken, om op die manier brood op de plank te brengen binnen het gezin Mathieu. Heel snel haalde ze succes in Frankrijk, nog sneller gevolgd door het buitenland, hetgeen weer tot gevolg had dat de mondjes in huize Mathieu sneller werden gevuld. Uiteraard met dank aan impresario en manager Johnny Stark. Want direct na de uitzending, die plaatsvond in de rust van een Rugby wedstrijd, stond de telefoon bij de Franse televisie niet stil en wilde iedereen meer horen van dit enorme talent. Maar ze moest worden bijgeschaafd en dus was Johnny de man op het juiste moment op de juiste plaats.
Hij nam Mireille (foto) mee naar de kapper, naar de schoenmaker en naar een modeontwerper. Hij huurde tevens voor haar een vierkamerflat in een dure wijk in Parijs. Ook waren er zang- en spraaklessen maar ook het leren showlopen hoorde bij de weg naar succes. Hij wilde van haar een absolute ster maken, die geld en nog eens geld in het laatje zou gaan brengen. Je zou kunnen zeggen dat Johnny Stark de jonge Française een drilperiode oplegde om van haar een superster te maken. En het was snel winstgevend want in no time werd Mireille in Frankrijk een absolute ster die met absolute overgave haar liedjes zong. Het Franse volk was er ook klaar voor want een viertal jaren eerder was hun absolute favoriete chansonniere, Edith Piaf, komen te overlijden. Wel was het zo dat Mireille in haar eerste maanden veel te veel probeerde de ongelukkige zangeres Piaf te imiteren. Naast Johnny Stark waren er echter nog andere mensen die een eigen toekomst voor de jonge zangeres zagen, want de ook al overbekende Franse acteur en zanger Maurice Chevalier zei bij zijn eerste ontmoeting met de zangeres uit Avignon: ‘Kindje, je ziet er leuk uit en je succes heeft je gelukkig gemaakt. Je moet nu maar eens ophouden met die trieste gekwelde liedjes. Ga nu maar eens aan de zonkant van de straat lopen te zingen.’
Wijze woorden die zeker van toepassing waren op het verloop van het sprookje dat voor de arme familie Mathieu volgde. De ene hit na de andere veroverde Frankrijk en wij in de Benelux moesten nog twee jaren wachten maar na de binnenkomst van het nummer ‘Ensemble’ in de Veronica Top 40 en de hulp van Willem Duys bij de AVRO, was de naam en het gezicht niet meer uit te bannen bij ons.
Vers in het geheugen staan de gebeurtenissen rond het Liberiaanse tankschip Torrey Canyon (foto) die op 18 maart 1967 voor de kust van het Britse Cornwall bij de Seven Stones op de rotsen werd geworpen. Achteraf bleek dat een serie aan navigatiefouten en nonchalance van de kapitein van het tankschip de oorzaak waren van het op de kust lopen. Liefst 120.000 ton aan ruwe olie kwam in zee terecht en verspreidde zich enorm. Het schip was beladen met 860.000 vaten aan olie, afkomstig uit Koeweit en had als bestemming de haven van Milford Haven, waar het nooit zou aankomen. Een enorme olievlek was vervolgens van de Scilly Eilanden tot de Franse kust bij Normandië terug te vinden. Enorme gevolgen voor de natuur had deze ramp want er kwamen meer dan 230.000 duizend dieren, waaronder minsten 200.000 vogels door de olie om het leven.
Zwart wit werd er nog voornamelijk naar de televisie gekeken en gek genoeg, als je terugdenkt aan het vele nieuws dat voorbij komt in oude radioprogramma’s, dat je daar gemakkelijk de beelden bij kan terughalen. Immers werd er op een intensievere manier na de televisie gekeken. Het NTS nieuws was verplicht te kijken in huis. Daarnaast werd vaak, op de achterkant van de antenne, in Huize Knot naar de uitzendingen van de NDR, via de steunzender in Aurich, gekeken. Eén van de speciale uitzendingen uit 1967 die op deze manier onze huiskamer binnenkwam was het afscheid van een voor West Duitsland groot staatsman, vaak de grootste na Bismarck genoemd. Op 19 april van het jaar kwam Konrad Adenauer (foto) op 89 jarige leeftijd te overlijden. Zijn politieke loopbaan kwam op gang in 1917 toen hij benoemd werd tot burgermeester van Keulen. Tijdens de periode van de Weimar Republiek werd hij tevens benoemd tot president van de Pruisische Staatsraad, hetgeen hij was in de periode van 1920 tot en met maart 1933. Hij kwam toen echter in een verkeerd daglicht te staan bij de heerser(s) in het toenmalige Duitsland. Hij zou een te anti nationaal socialistische houding hebben getoond en zich diverse malen hebben afgezet tegen Adolf Hitler en de zijnen. Gevolg was dat hij uit zijn politieke ambt werd gezet. In het aflopende Oorlogsjaar 1945, in de maand mei, werd hij herbenoemd tot burgermeester maar werd hij andermaal ontslagen op de 6e oktober in opdracht van de Britse bezettingsautoriteiten. Adenauer was nog lang niet geslagen want hij werd op 5 maart 1946 benoemd tot voorzitter van de Christen Democratische Unie in Duitsland.
Op 14 augustus 1949 was het een gedenkwaardige dag toen hij werd benoemd tot Kanselier, een taak die hij zou uitoefenen tot 15 oktober 1963. Een lange regeringsperiode waarin hij zichzelf politiek onsterfelijk heeft gemaakt en aan de wortels stond van een nieuw Duitsland. Hij wist zich financieel in zijn leven ook aardig te verrijken want hij liet bij zijn sterven de familie een kapitaal na van rond de 16,5 miljoen DM. Naast geld ging het om kunstvoorwerpen en onroerend goed. De familie van Adenauer, op hun beurt, besloot de villa waar hij de laatste dertig jaar van zijn leven in had geleefd, te vermaken aan de Bondsregering. De regering besloot de regering Konrad Adenauer een staatsafscheid te geven. Uit alle delen van de wereld kwamen toenmalige en voormalige staatshoofden en/of hun vertegenwoordigers naar Duitsland om de laatste eer te betonen. In Rhöndorf volgde de begrafenis in private sfeer, waarbij hij werd bijgezet in het familiegraf.
Onrust onder de jeugd duurde al vele jaren. Mods, nozems, provo’s en kabouters, zomaar een aantal stempels op de jeugd van de eind jaren vijftig tot en met 1967, het jaar waar we nu in zijn aangeland. Een jaar dat sommige groeperingen dachten, zonder toestemming van de autoriteiten, te moeten ingrijpen tegen provocerende andere groeperingen. Het was de 4e april dat zo’n 80 mariniers, uiteraard afkomstig uit de marinestad Den Helder, zich richting het Centraal Station van Amsterdam begaven, compleet getooid in hun marineblauw. De geschreven pers had het de volgende dag over een explosieve zuiveringsactie die was ondernomen tegen de al maanden in het station verblijvende en provocerende groepering jongeren. Deze groep had het daarbij vooral gemunt op jonge vrouwen. Zonder politie aanwezigheid werd door de blauwhemden het station schoongeveegd. De mariniers stelden later, via een woordvoerder, dat de politie wel op de hoogte was gesteld van de te verwachten actie maar dat aanwezigheid niet gewenst was daar het station viel onder de bevoegdheid van de Spoorwegpolitie. Men had dus duidelijk de macht, zonder toestemming, tot zich genomen.
Neem wat DDT (dichlorodiphenyltrichloroethane) bij een grote overlast van insecten’ was eigenlijk een vaak gehoord advies in de jaren zestig. DDT, het middel ter bestrijding van, was een product dat in de categorie algemene bestrijdingsmiddelen thuis hoorde. Hooggeprezen was de Zwitser Paul Müller, die in de jaren veertig van de vorige eeuw aan de wieg stond van de ontwikkeling van het middel en hij had het zelfs gebracht tot het verkrijgen van internationale erkenning middels de toewijzing van de Nobelprijs. Het middel zou van verregaande invloed zijn op de wetenschap en technologie en op het aardse milieu. Alleen werd het in 1948 anders bedoeld dan later in werkelijkheid zou blijken.
Het middel was er niet alleen ontwikkeld om insecten te verdrijven maar ook als insectenverdelger dodelijke ziekten te bestrijden, gewassen en planten in de velden en sloten en riviertjes te beschermen tegen grote insectenplagen en vreemd genoeg werd het ook in volksgezondheidsprogramma’s ingepast. Je zou denken dat dit vooral gebeurde in Afrikaanse landen maar het middel DDT werd vooral in grote hoeveelheden ingezet in de VS en in Europa om dodelijke ziektes veroorzaakt door vlooien, muggen en andere soorten ongedierte, grotendeels uit te roeien. Het ging daarbij vooral om weloverbekende plagen als malaria, tyfus en de pest. Maar ook in een land als India werd het middel zeer succesvol toegepast en gaven cijfers aan dat in het land het aantal aan malaria, al dan niet in lichte mate, lijdende patiënten van 75 miljoen naar even boven de 100.000 in de loop der jaren daalde. En zo beweerde men in de eerste, pak weg 12 jaar van gebruik van DDT, er geen enkel schadelijk effect was voor de mens bekend geworden.
De eerste sporen, die het tegendeel bewezen, kwamen in de eind jaren vijftig toen bleek dat bepaalde vogelsoorten bijna niet meer voorkwamen. Uitgestorven door het verspreiden, vaak met gebruik van vliegtuigen, over de landerijen, was bijvoorbeeld bijna de fuut in de Verenigde Staten. Van andere vogelsoorten ontdekten wetenschappers dat er veel minder eieren werden gelegd dan een 10 tal jaren eerder het geval was.
In het jaar 1967 kwam meer verandering in het geloof van zogenaamde onschadelijkheid voor mens en milieu. De resultaten van een onderzoek gaven namelijk aan dat in de periode dat het middel DDT werd gebruikt en in de handel was, er zoveel van in de atmosfeer was terechtgekomen, dat zelfs de lever, spek en eieren van de pinguïns in het Zuidpool gebied aanzienlijke hoeveelheden DDT waren aangetroffen. Gelukkig was de wetenschap inmiddels een stuk verder met de ontwikkeling van bestrijdingsmiddelen tegen insecten en ander ongedierte. Aanzienlijk minder DDT werd gebruikt middels de inzet van een veel onschadelijkere manier van insectenbestrijding, die ’s nachts vliegende insecten lokt, en wel met het licht van de korte golflengte. Bij het gebruik hiervan vliegen de insecten tegen een netwerk dat onder zwakke elektrische stroom staat, met alle gevolgen van dien.
In deze aflevering van Media, Muziek en Andere Herinneringen komt ook weer de uit het Brabantse Boxtel afkomstige fenomeen op muziekgebied, Bert Bossink, voorbij. De eerste keer dat ik hem ooit zag, ik had hem al jarenlang via langdurige telefoongesprekken aangehoord, dacht ik nog dat hij een evenbeeld van de in ruste zijnde balknak voorziende opa was, die al rokend en genietend zijn colbert versierde met de vallende as. Brabant is altijd voor Nederland de plek geweest waar de meeste sigaren, al dan niet met de hand, werden gedraaid. Daarover, ‘Ter land ter zee en in de lucht, Kavewee leeft met U mee’, een andere keer meer. Bert Bossink en ik kennen elkaar vanuit de toenmalige redactie van het tijdschrift ‘Baffle’, het latere RadioVisie. onze paden kruisten denk ik het eerst in 1975, toen we voor voornoemd tijdschrift schreven. Bert over de muziekgeschiedenis, ikzelf over de radio geschiedenis.
In de loop der afgelopen decennia is er een groot aantal onderwerpen door ons uitgebreid belicht en beschouwd maar toch komt er telkens weer een nieuw item voorbij waarover Bert op de zijn zo overbekende wijze kan schrijven. Deze keer enkele herinneringen aan het gegeven dat een voor hem al jaren uit het oog verdwenen persoon door mij werd opgedoken en hij, Bert Bossink, zich mee laat drijven naar de jaren zestig.
Dit schreef Bert Bossink eind 2006: ”Het is toch wel zeer de moeite waard geweest dat je me een paar weken geleden het juiste e-mailadres van Harry Knipschild hebt gegeven. Op het moment heb ik een uitgebreide correspondentie met Harry Knipschild. Harry is helemaal onder de indruk van het vele materiaal wat ik nog van hem bezit. Ik heb hem al voorgesteld om dit materiaal eens te bundelen in een boekwerk onder de naam ‘Harry Knipschild's 60’s Memories’. Zijn vrouw Greetje vond dit een geweldig idee en Harry voelt er ook wel wat voor. We waren te gast op zijn lezing in Weert over zijn boek over ‘Bisschop Hamer in Weert’ op 11 december 2006. Harry wilde me ook graag weer ontmoeten na al die jaren dus dat is toch wel erg leuk iemand, met wie je 40 jaar geleden aan tafel zat, op een C & W avond in Eindhoven naast Joost de Draayer, en Gerard de Vries, we uren aan het praten waren met elkaar en na 1969 weer eens elkaar te ontmoeten. Ik kreeg altijd een ereplaats naast Joost den Draayer, Harry Knipschild, en Gerard de Vries op zo'n avond in Eindhoven Dit omdat ik destijds de band van de organisator Herman van der Vlag van de Kentucky Mountainers mee hielp de versterkers en gitaren op te stellen en reclame maakte voor die avonden.
Ik was een soort roadie op die avonden van Country Jubilee en de Nederlandse Jim Reeves Fanclub. Harry is jammer genoeg door privé-omstandigheden heel wat zeldzaam materiaal kwijtgeraakt, zoals de foto van zijn ontmoeting met Jim Reeves. Bobby Bare, The Anita Kerr Singers en Chet Atkins in Den Haag op 17 april 1964. Hij had het geluk dat hij 25 jaar geleden Arie den Den Dulk van de Jim Reeves fanclub zijn foto met Jim Reeves had gestuurd. Hoewel hij zijn exemplaar kwijt was, had de voorzitter van de Jim Reeves Fanclub deze nog in zijn plakboeken zitten. Zodoende kon de foto nog gebruikt worden voor het boekwerk van de fraaie DVD 4 CD set ‘Nashville Stars on Tour 1964’, die op 2 april 2007 uit is gekomen. Ook zijn eigen LP's, die hij heeft samengesteld voor ondermeer de IRAMAC platenmaatschappij op het RELAX label, is hij kwijtgeraakt. Harry Knipschild produceerde ondermeer de zeer mooie LP van The Dutch Bluegrass Boys (foto) uit 1968 en stelde mooie R & B LP's samen met o.a. Little Richard en Ike and Tina Turner. Ook had hij grote interesse in Nederbeat, waardoor LP’s door hem werden geproduceerd onder titels als ‘To beat or not to beat’. Exemplaren die nog bij verzamelaars in bezit zijn, hebben een geweldige verkoopwaarde.’
Harry Knipschild was niet alleen bekend om de presentatie van zijn programma’s op Radio Veronica en het produceren van LP’s bij een aantal platenmaatschappijen. Hij had daarnaast ook een redelijke snelle en scherpe pen, waarmee hij een aantal tijdschriften en daarnaast vele lezers bereikte. Bert: ‘Harry Knipschild schreef allereerst als muziekjournalist voor het blad van Joost den Draayer, genaamd 'Hitwezen". Iedere week was, vanaf medio 1964, van zijn pen een column terug te vinden onder de naam ‘Jamboree’ (afbeelding). Omdat we in 1967 zijn, als het gaat om dit verhaal vol herinneringen, kan ik melden dat in dat jaar Harry mede actief was door te schrijven voor het tienerblad ‘Kink’.
Hij had daar een fraaie pagina met ondermeer de Rhytmn and Blues Top 20 (afbeelding). Souveniers die erop stonden in de lijst van 6 mei 1967. Ik noem bijvoorbeeld songs als ‘Sweet Soul Music’ van Arthur Conley en ‘With these rings’ van The Platters. Waar vind je heden ten dage nog van dergelijke muziek die je weken lang aan de radio houden?
Ik blijf van mening dat Harry Knipschild als muziekjournalist een belangrijk aandeel aan de popcultuur heeft geleverd met zijn publicaties en zijn uitzendingen op Radio Veronica tussen 1964 en 1972. Ik ben blij als conservator dat ik zo'n man in 1966 voor het eerst heb mogen kennen.’ Aldus Bert Bossink, die eerder over deze held van hem schreef in 2004 en wel terug te vinden op: www.mediapages.nl/modules.php?op=modload&name=News&file=article&sid=30&mode=thread&order=0&thold=0
Tijd om een avondje televisie te kijken is er ook weer en we nemen je mee terug naar zondagavond 29 oktober 1967. We hadden toendertijd de keuze uit twee netten, Nederland 1 en 2. Laten we deze keer eens het eerste net beschouwen. Het middagprogramma voor de betreffende zondag werd geopend met een uitzending van Teleac. Een half uur durend informatief programma, dat haar 24ste aflevering al beleefde onder de titel ‘Automatisering’. In een wereld die nog niet lang daarvoor had kennis gemaakt met de in het bedrijfsleven van invloed wordende computer. Een computer vulde in die dagen een complete muur van een ruime kantoorkamer en alle berekeningen namen ontzettend veel tijd in. Elk deel van de Teleac serie had zijn eigen deel onderwerp en ging op die zondag over meet- en regeltechnici, die bij allerlei werkzaamheden en op allerlei niveaus werden ingezet bij de geautomatiseerde procestechniek.
Het was niet het enige programma, die middag, van Teleac, want het werd nog gevolgd door een programma onder de titel ‘Doorbouwen in de winter’, een voorlichtingsfilm waarin in het kort de probleemstelling van vocht en koude in de bouw werd beschouwd. En alsof het nog niet genoeg was kon de kijker die middag nog naar een derde educatief programma kijken. De Russische les van Teleac was in de zevende aflevering allang het schoengeklap van Nikita Croetsjov en het woord ‘njet’ voorbij en drs. J. van Reve- Israël en ir. A.A.Smirnov probeerden een deel van de Nederlandse bevolking nieuwe woorden in de Russische taal te leren. De laatstgenoemde heeft zich waarschijnlijk toegelegd op het woord ‘vodka’.
Om half 4 was het vervolgens tijd, die middag, voor het ‘NTS Nieuws in het kort’. Precies 60 seconden duurde het betreffende bulletin om vervolgens ruimte te maken voor het 90 minuten lang durende programma ‘Monitor’. Ruimte voor oud en nieuw ‘nieuws’, de kleuters (Paulus de Boskabouter) en de jeugd (De eenzame ruiter, een verhaal uit het wilde westen) en wegeninformatie. Eraan toegevoegd stond dat er ook nog van alles tussendoor kon komen, wat de redactie de moeite waard vond. Een vroege vorm van een actualiteitenprogramma, opgevuld met programmaonderdelen voor de jongeren, zodat een ieder de uitzendperiode iets had om van te kunnen genieten. Het was ook een door de NTS uitgezonden programma dat in de loop de jaren een aantal verschillende presentatieduo’s heeft gehad, waaronder Ageeth Scherphuis en Philip Bloemendal (foto). De middag werd trouwens op 29 oktober 1967 afgesloten met een sportreportage ‘Jumping Amsterdam’, het jaarlijkse terugkerende hippische evenement vanuit de RAI in Amsterdam, becommentarieerd door Aad van Leeuwen.
Om 5 voor 7 in de avond was de NTS er weer met 5 minuten voor de jeugd en Pipo de Clown. Om 7 uur werd het programma die avond overgenomen door een samenwerkingsverband tussen CVK/IKOR en RKK. ‘Woord voor woord’ was een vijf minuten durend programma waarin wekelijks een bijbelvertelling voor de jeugd was te zien, met als verteller Aart Staartjes, die vele generaties later aan de Fabeltjeskrant zouden doen terugdenken. De IKOR had in die tijd een tweetal programma’s waarin met zich vooral richtte op de bijna twintigers om ze gedegen voor te lichten en te laten discussiëren over tal van toen belangrijke maatschappelijke onderwerpen. Naast het programma ‘Vragen staat vrij’ had men, zo ook op 29 oktober 1967, het programma ‘Barrikade’, waarin het betreffende zondag ging over Érven en erfrecht’.
Om half 8, zoals gebruikelijk op zondag via Nederland 1, tijd voor ‘Sport in Beeld’ waarin terugblikken op sportevenementen, die in het weekend hadden plaatsgevonden. De NTS bleef na dit programma nog vijf minuten actief door een vijf minuten Journaal bulletin te brengen, waarbij op zondag voornamelijk met persfoto’s ter illustratie werd gewerkt. In vele huiskamers was het vervolgens een gezelligheid troef want om half 9 was ‘Jos van der Valk presenteert’ te zien via de KRO. Als de naam viel in die tijd dan wist je dat je een prachtig show of circusprogramma te zien kreeg of dat de belangrijke producer in die tijd zou zorgen voor een mooie registratie van een topoptreden van toen belangrijke artiesten. Deze avond schitterden Nina en Frederik (foto) waarbij ze werden bijgestaan door een orkest onder leiding van Jackie Bulterman. Een serie gasten volmaakte de show, waaronder Ronnie Tober, The George Mitchell Singers en Lenny the Lion.
‘Lenny the Lion’ (foto) was eigenlijk de naam van een zeer populair kinderprogramma van de BBC, dat voor het eerst werd uitgezonden in 1956 via de BBC. Terry Hall was de eerste buikspreker die gebruik maakte van een dier in plaats van een kleine jongen. Bovendien was Terry tevens een van de eerste buiksprekers die het object, in dit geval Lenny the Lion, daadwerkelijk ook zijn poten liet bewegen en niet als een stil object op zijn schoot had zitten. Eén van de meest opvallende dingen was wel dat de buikspreker, via Lenny, het presteerde om telkens de letter ‘r’ als een andere letter uit te spreken. Andere series die Lenny the Lion deed waren ‘Lenny’s Den’ en ‘Pops and Lenny’. In een aflevering van dit laatst genoemde programma, dat in het televisieseizoen 1962-1963 werd geprogrammeerd, waren The Beatles te zien. Er was dus sprake van een zeer vroeg optreden op de televisie van The Fab Four. Naast de diverse televisieseries ging Terry Hall ook de theaters in op grote schare mensen te verblijden en nam hij een kijkje in Nederland om op te treden in de Nina en Frederik Show.
Frederik heette voluit Frederik Jan Gustav Floris, baron van Pallandt en werd in 1934 geboren in Kopenhagen, Denemarken, uit Nederlandse ouders. In de vijftiger jaren begon zijn zangcarrière. Op en bepaald moment ontmoette hij de Deense cabaretière Nina Möller, die twee jaar ouder als Frederik was, en huwde haar in 1960. Vele jaren waren ze ontzetten populair en scoorden een aantal hits. Niet alleen in eigen land maar ook ver daar buiten. ‘Listen to the Ocean’ is wel de allerbekendste hit, die ze hebben gescoord. In 1975 kwam, door een echtscheiding, een einde aan de successen van Nina en Frederik.
Om half tien die avond, na een brok amusement, was het tijd voor meer serieuzer werk. ‘Bericht voor Luther’ was de tweede aflevering van een serie van vier programma’s die werden uitgezonden in gezamenlijke productie van CVK, IKOR, KRO, NCRV en de VPRO en waarin de centrale vraag was: ‘Was Luther een vernieuwer, een vechter voor geloofsvrijheid, of een afvallige monnik?’ In het eerste deel ging het verder om de volgende vragen: ‘Was het Luthers opzet een splitsing te veroorzaken toen hij, deze maand precies 150 jaar geleden, zijn stellingen vastspijkerde op de kerkdeuren van de Slotkerk in Wittenberg? Heeft hij deze stellingen eigenlijk wel opgehangen en hoe is de verhouding Rome-Reformatie nu?
Na het programma was er om kwart na tien een vijf minuten durend NTS Journaal waarna Nederland 1 werd afgesloten. Nederland 2 volgde om even voor half elf, waarna de zondagse televisie tot een einde was gekomen. Half Nederland dacht alweer aan de volgende werkdag, de kachel werd lager gezet, de briketten voor het opstoken – de volgende morgen – werden klaargelegd. Het laatste staartje uit de jeneverfles, die was overgebleven van recente verjaardagen, mocht nog worden opgedronken. De zware voorgordijnen werden geheel afgesloten en de houtenachterdeur, de tuinafscheiding, werd afgegrendeld. Pikkedonker was het dat het kippenhok voorzichtig voorbij werd gelopen. Naar bed en een uur of zeven later zou Peter, de Haan, de nieuwe dag krachtig aankondigen, de start van andermaal een nieuwe werkweek in oktober 1967.
Gebruikte bronnen: Elsevier Jaarboek, Winkler Prins, Amsterdam, 1968. Katholieke Illustratie Jaargang 101, nr 6, 1967. Mediapages, 2004 (2) NCRV-Gids voor Radio en Televisie 28 oktober 1967, no. 43. |